ECLI:NL:RVS:2018:1078
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 23 januari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en geweigerd om ambtshalve uitzetting achterwege te laten. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 27 februari 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening, inhoudende dat hij niet uitgezet zou worden zolang het hoger beroep loopt en dat hij gedurende die periode opvang en verstrekkingen zou ontvangen. De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek toewijsbaar was, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 29 maart 2018 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.