ECLI:NL:RVS:2018:1080
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep staatssecretaris tegen vernietiging terugkeerbesluit vreemdeling
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag die het terugkeerbesluit van een vreemdeling vernietigde en schadevergoeding toekende. Het terugkeerbesluit was genomen op 20 december 2017, waarbij de vreemdeling werd opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en in vreemdelingenbewaring werd gesteld.
In het hogerberoepschrift voerde de staatssecretaris grieven aan die niet aan het oorspronkelijke terugkeerbesluit ten grondslag lagen en die ook niet in eerste aanleg waren ingebracht. De Raad van State oordeelde dat dit niet is toegestaan volgens artikel 85 van Pro de Vreemdelingenwet 2000, omdat het hoger beroep zich moet beperken tot de toetsing die de rechtbank heeft verricht en de daarbij betrokken beroepsgronden.
Daarom werd het hoger beroep van de staatssecretaris niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 501,00, voor beroepsmatige rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 29 maart 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt niet-ontvankelijk verklaard en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.