ECLI:NL:RVS:2018:1126
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake recht op zorgtoeslag wegens verblijfsrechtelijke status
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam over het recht op zorgtoeslag voor de jaren 2014 en 2015. De Belastingdienst/Toeslagen had het voorschot zorgtoeslag voor 2015 gewijzigd naar nihil, mede gebaseerd op de verblijfsrechtelijke status van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk voor een deel van de periode en vernietigde het besluit voor een andere periode wegens schending van het motiveringsbeginsel, maar handhaafde de rechtsgevolgen omdat appellant volgens de rechtbank geen rechtmatig verblijf had in die periode.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat appellant geen rechtmatig verblijf had over de periode 1 maart 2015 tot en met 31 juli 2015. De Afdeling stelt dat de uitspraak van de voorzieningenrechter van 22 april 2015 als rechtmatig verblijf moet worden aangemerkt voor toepassing van artikel 9 Awir Pro, waardoor appellant recht heeft op zorgtoeslag.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden deel van de uitspraak, beveelt een nieuw besluit en bepaalt dat tegen dat besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld. Tevens veroordeelt zij de Belastingdienst tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit van 19 maart 2016 in stand zijn gelaten.