ECLI:NL:RVS:2018:1128
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.C.M.A. Michiels
- J. Kramer
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bestuursdwang opgelegd voor bodemverontreiniging door drugslab op perceel appellant
Appellant is eigenaar van een perceel waarop een drugslab werd aangetroffen, waarbij drugsafval op en in de bodem werd geloosd. Het college legde hem vier lasten onder bestuursdwang op om bodemonderzoek, sanering en afvoer van verontreinigde gier uit te voeren en bepaalde dat de kosten voor appellant zijn.
Appellant betoogde dat hij niet als overtreder kon worden aangemerkt omdat criminelen het drugslab hadden opgezet zonder zijn medeweten en onder dwang. De Afdeling oordeelde dat appellant redelijkerwijs had moeten ingrijpen door de politie in te schakelen, waardoor de lozingen mogelijk voorkomen hadden kunnen worden. Hierdoor is hem de overtreding aan te rekenen.
Verder stelde appellant dat aanvullend bodemonderzoek niet nodig was en dat hij door detentie niet aan de lasten kon voldoen, waardoor de kosten niet op hem verhaald mochten worden. De Afdeling verwierp deze bezwaren, omdat het eerdere onderzoek verkennend was en het college aanvullend onderzoek mocht eisen. Ook was het niet aannemelijk dat appellant niet iemand kon machtigen om namens hem te handelen.
De Afdeling verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af.
Uitkomst: Het beroep van appellant tegen de bestuursdwanglasten en kostenverhaal wordt ongegrond verklaard.