ECLI:NL:RVS:2018:1142
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- J.J. van Eck
- H. Bolt
- Rechtspraak.nl
Bevestiging goedkeuring zegenvisserij op schubvis in Benedenrivierengebied ondanks bezwaren sportvisserijvereniging
De Kamer verleende op 2 oktober 2015 goedkeuring aan een schriftelijke toestemming voor zegenvisserij op schubvis in bepaalde wateren van de Nieuwe Merwede, het Hollands Diep en de Amer. De Vereniging Sportvisserij Zuidwest-Nederland, die visrechten huurt voor deze wateren, maakte bezwaar tegen deze goedkeuring vanwege zorgen over de visstand.
De vereniging stelde dat de Kamer zich ten onrechte baseerde op een verouderd rapport van Witteveen+Bos uit 2013 en dat een recenter rapport van Imares uit 2015 een onaanvaardbare aantasting van de visstand zou aantonen. De rechtbank oordeelde echter dat de Kamer zich in redelijkheid op het Witteveen+Bos-rapport mocht baseren, mede omdat dit rapport betrekking heeft op het gehele Benedenrivierengebied en de conclusies van het Imares-rapport slechts een globaal beeld geven zonder acute gevaren.
De Raad van State bevestigde deze beoordeling en oordeelde dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat de visstand in betekenende mate is gewijzigd sinds het Witteveen+Bos-rapport. Ook oordeelde de Afdeling dat er geen aanleiding was om aan de toestemming vangstbeperkende voorschriften te verbinden. Het hoger beroep van de vereniging werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de goedkeuring voor zegenvisserij en verklaart het hoger beroep van de vereniging ongegrond.