ECLI:NL:RVS:2018:1154
Raad van State
- Hoger beroep
- D.A.C. Slump
- J.Th. Drop
- F.D. van Heijningen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit Belastingdienst over toeslagen en toeslagpartnerschap
In deze bestuursrechtelijke zaak ging het om de definitieve vaststelling van zorgtoeslag, kindgebonden budget en kinderopvangtoeslag over 2014 door de Belastingdienst/Toeslagen. Appellante had een kamer in gebruik bij een toeslagpartner en beiden stonden met een minderjarig kind op hetzelfde adres ingeschreven in de BRP. De Belastingdienst stelde dat zij als toeslagpartners moesten worden aangemerkt, waardoor het gezamenlijke inkomen bepalend was voor de toeslagen.
Appellante voerde aan dat sprake was van onderhuur op zakelijke gronden, met een kostgangerscontract waarin betaling van vaste lasten als huur werd geregeld. De rechtbank oordeelde echter dat er geen zakelijke verhuur was, mede omdat niet duidelijk was of alle kosten volgens het contract waren betaald. De Raad van State bevestigde dit oordeel na beoordeling van de overgelegde bankafschriften en het contract, waarbij onvoldoende bewijs was geleverd dat de huurprijs volledig en zakelijk was voldaan.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de Belastingdienst terecht had gehandeld door appellant en toeslagpartner als partners aan te merken en de toeslagen dienovereenkomstig vast te stellen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.