ECLI:NL:RVS:2018:1231
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 8 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 6 maart 2018 het beroep ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, inhoudende dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat opvang en verstrekkingen worden geboden, toewijsbaar is gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). Tevens werden de proceskosten van € 501,00 toegekend aan de vreemdeling.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos en griffier S. Duyster op 10 april 2018. De staatssecretaris werd veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten en de vreemdeling kreeg bescherming tegen uitzetting gedurende de hoger beroepsprocedure.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.