ECLI:NL:RVS:2018:1257
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- S.F.M. Wortmann
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor bewoning blokhut te Noordwijk
Appellant, eigenaar van een perceel in Noordwijk, exploiteert een paardenbedrijf en bewoont sinds 2013 een blokhut op het perceel. Hij vroeg legalisering van het woongebruik van de blokhut, waarvoor een omgevingsvergunning nodig is. Het college weigerde deze vergunning omdat het woongebruik in strijd is met het bestemmingsplan en zou leiden tot verrommeling en aantasting van de stedenbouwkundige opzet.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Appellant ging in hoger beroep tegen deze beslissing. De Raad van State oordeelde dat het college onvoldoende heeft gemotiveerd waarom het algemeen belang en het belang van een derde zwaarder wegen dan het gerechtvaardigd vertrouwen van appellant, dat was gewekt door een eerdere onvoorwaardelijke toezegging.
De Afdeling stelde vast dat het college onterecht uitging van een nieuwe situatie en dat de stedenbouwkundige opzet niet eenduidig is, waardoor de bezwaren tegen de vergunning onvoldoende zijn onderbouwd. Ook was niet gebleken dat omliggende bedrijven of een derde concreet nadeel ondervinden. Daarom vernietigde de Raad van State de uitspraak van de rechtbank voor zover die de rechtsgevolgen in stand liet en bepaalde dat het college een nieuw besluit moet nemen. Tevens werd bepaald dat tegen dat besluit alleen beroep bij de Afdeling mogelijk is.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het college wordt verplicht een nieuw besluit te nemen over de omgevingsvergunning.