ECLI:NL:RVS:2018:1260
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning voor dakterras op bovenwoning in ’s-Hertogenbosch
Het college van burgemeester en wethouders van ’s-Hertogenbosch weigerde op 10 juni 2016 een omgevingsvergunning voor het plaatsen van vlonders en een hekje op het dak van een bovenwoning aan een adres in ’s-Hertogenbosch. Appellanten stelden dat het achterste deel van de bebouwing onderdeel is van het hoofdgebouw en dat het bestemmingsplan het plaatsen van een dakterras niet verbiedt. De rechtbank oordeelde echter dat het achterste deel een aanbouw is en dat het bestemmingsplan het dakterras verbiedt.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het achterste deel van het gebouw, gezien de functie en de aanwezigheid van essentiële woonruimten, onderdeel uitmaakt van het hoofdgebouw. Hierdoor is de erfbebouwingsregeling, waaronder het verbod op dakterrassen, niet van toepassing. De rechtbank had dit niet onderkend en heeft het beroep ten onrechte ongegrond verklaard.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en verklaarde het beroep bij de rechtbank gegrond. Het college moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht aan appellanten.
Uitkomst: Het besluit van het college om de omgevingsvergunning te weigeren wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.