ECLI:NL:RVS:2018:1267
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing persoonlijke betalingsregeling kinderopvangtoeslag wegens gebrek aan grove schuld
De Belastingdienst/Toeslagen wees het verzoek van verzoeker om een persoonlijke betalingsregeling voor de terugbetaling van kinderopvangtoeslag af wegens vermeende grove schuld. Verzoeker had kinderopvangtoeslag ontvangen terwijl zij geen gebruik maakte van kinderopvang en reageerde niet of te laat op informatieverzoeken. De rechtbank oordeelde echter dat de grove schuld niet aannemelijk was vanwege bijzondere medische en psychosociale omstandigheden van verzoeker, waaronder een Wajong-uitkering en ernstige gezondheidsklachten.
De Belastingdienst ging in hoger beroep en stelde dat verzoeker redelijkerwijs had moeten begrijpen dat zij geen recht had op de toeslag. De Raad van State bevestigde echter het oordeel van de rechtbank, omdat verzoeker onder medische en psychologische behandeling stond en de aanvraag mede door een derde werd gedaan. Verzoeker was zich bewust van de onrechtmatigheid en wil terugbetalen, maar het maandbedrag is te hoog.
De Afdeling bestuursrechtspraak bepaalde dat de Belastingdienst een nieuw besluit moet nemen waarbij geen grove schuld wordt aangenomen en dat tegen dat besluit alleen beroep mogelijk is bij de Afdeling. Tevens werd de Belastingdienst veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de Belastingdienst een nieuw besluit moet nemen zonder grove schuld toe te kennen en wijst het hoger beroep af.