ECLI:NL:RVS:2018:1311
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen voorgenomen uitzetting vreemdeling
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 16 januari 2018 niet in behandeling werd genomen. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 18 april 2018 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening om de voorgenomen uitzetting op 19 april 2018 te voorkomen.
De voorzieningenrechter overwoog dat de hogerberoepstermijn nog niet was verstreken en dat daarom een ordemaatregel passend was. Bij wijze van voorlopige voorziening werd bepaald dat de uitzetting niet mocht plaatsvinden. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, bestaande uit kosten voor beroepsmatige rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos en griffier W.M.P. van Gemert, en uitgesproken in het openbaar op 18 april 2018. Hiermee werd de vreemdeling tijdelijk beschermd tegen uitzetting totdat het hoger beroep inhoudelijk is behandeld.
Uitkomst: De voorgenomen uitzetting op 19 april 2018 wordt geschorst en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.