ECLI:NL:RVS:2018:1319

Raad van State

Datum uitspraak
20 april 2018
Publicatiedatum
23 april 2018
Zaaknummer
201708425/1/V3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • N. Verheij
  • H.G. Lubberdink
  • A.B.M. Hent
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:36a AwbArt. 8:36b AwbArt. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling

Bij besluit van 18 september 2017 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die het beroep niet-ontvankelijk verklaarde omdat het beroepschrift niet langs elektronische weg was ingediend door de advocaat, terwijl dit sinds 12 juni 2017 verplicht is.

De vreemdeling stelde in hoger beroep dat deze verplichting niet voor hem geldt, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het beroepschrift feitelijk door de advocaat was ingediend en dat de uitzondering op de elektronische indieningsplicht niet van toepassing was. De rechtbank had terecht geoordeeld dat het beroep niet-ontvankelijk was.

Omdat hierdoor de inhoudelijke toetsing van de vrijheidsontnemende maatregel niet plaatsvond, heeft de Afdeling ambtshalve onderzocht of de belangen van de vreemdeling evident zijn geschonden, wat niet het geval bleek. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.

Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring van het beroep bevestigd.

Uitspraak

201708425/1/V3.
Datum uitspraak: 20 april 2018
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:
[de vreemdeling],
appellant,
tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 3 oktober 2017 in zaak nr. NL17.9212 in het geding tussen:
de vreemdeling
en
de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid.
Procesverloop
Bij besluit van 18 september 2017 is aan de vreemdeling een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd.
Bij mondelinge uitspraak van 3 oktober 2017 heeft de rechtbank het daartegen door de vreemdeling ingestelde beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Tegen deze uitspraak heeft de vreemdeling, vertegenwoordigd door mr. H.M. Pot, advocaat te Amsterdam, hoger beroep ingesteld.
Vervolgens is het onderzoek gesloten.
Overwegingen
1.    De rechtbank heeft het beroep van de vreemdeling niet-ontvankelijk verklaard, omdat het geacht moet worden te zijn ingediend door zijn advocaat, die daarmee niet heeft voldaan aan de ingevolge artikel 8:36a, eerste lid, van de Awb, zoals die bepaling sinds 12 juni 2017 van kracht is,  geldende verplichting om het beroep langs elektronische weg in te stellen, ook niet nadat hij krachtens artikel 8:36a, vijfde lid, van de Awb in de gelegenheid was gesteld het verzuim te herstellen.
2.    In zijn grief klaagt de vreemdeling dat de rechtbank heeft miskend dat ingevolge artikel 8:36b, eerste lid, van de Awb de verplichting tot procederen langs elektronische weg voor hem niet geldt.
3.    De rechtbank heeft op 19 september 2017 per fax een door de vreemdeling ondertekend beroepschrift ontvangen. Daarbij is, zoals rechtbank in haar uitspraak heeft overwogen, gebruik gemaakt van een door de advocaat van de vreemdeling opgesteld en verstrekt beroepschrift en is het beroepschrift voor hem verstuurd met het faxapparaat van deze advocaat. Deze advocaat - thans de gemachtigde in hoger beroep - heeft de vreemdeling direct voor het indienen van het beroepschrift bijgestaan en ook weer direct daarna en trad ter zitting bij de rechtbank ook voor de vreemdeling op, aldus de uitspaak.
4.    Gelet op de werkzaamheden die de gemachtigde heeft verricht ten behoeve van het indienen van het beroepschrift van de vreemdeling en gegeven de bijstand die de gemachtigde ter zitting heeft verleend, heeft de rechtbank terecht geoordeeld dat het beroepschrift geacht moet worden te zijn ingediend door de advocaat als gemachtigde van de vreemdeling. Daarbij is van betekenis dat vreemdelingen, ook al staat het hun vrij om zelf op papier te procederen, al dan niet na het inwinnen van advies van een beroepsmatig rechtsbijstandverlener, in nagenoeg 100 procent van de gevallen in beroep en hoger beroep worden vertegenwoordigd door een beroepsmatig rechtsbijstandverlener. Daarmee onderscheidt de vreemdelingenpraktijk zich van andere rechtsgebieden zonder verplichte procesvertegenwoordiging. De rechtbank heeft dan ook terecht aangenomen dat de wijze van indiening uitsluitend tot doel had de wettelijke verplichting tot het procederen langs elektronische weg te ontwijken. In het hogerberoepschrift bevestigt de gemachtigde van de vreemdeling dit ook, waar zij verklaart dat zij, gelet op het op 12 juni 2017 nieuw ingevoerde recht, de rechtbank een aantal rechtsvragen heeft voorgelegd over het elektronisch procederen. De in artikel 8:36b, tweede lid, van de Awb neergelegde uitzondering op de verplichting tot elektronisch procederen doet zich hier niet voor, zodat de vreemdeling zich daar ten onrechte op beroept.
De grief faalt.
5.    Nu de handelwijze van de gemachtigde met zich heeft gebracht dat de rechtbank de vrijheidsontneming van haar cliënt niet heeft getoetst, ziet de Afdeling aanleiding ambtshalve te bezien of met het besluit van de staatssecretaris van 18 september 2017 belangen van de vreemdeling evident zijn geschonden. Dat is blijkens de gedingstukken niet het geval.
6.    Het hoger beroep is kennelijk ongegrond. De aangevallen uitspraak dient te worden bevestigd.
7.    Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. N. Verheij, voorzitter, en mr. H.G. Lubberdink en mr. A.B.M. Hent, leden, in tegenwoordigheid van mr. A.M. van Meurs-Heuvel, griffier.
w.g. Verheij    w.g. Van Meurs-Heuvel
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 20 april 2018
47.