ECLI:NL:RVS:2018:1335
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H. Troostwijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en onderzoek rijgeschiktheid na driemaal rijden onder invloed
Op 25 juli 2017 heeft het CBR aan appellante een onderzoek naar haar rijgeschiktheid opgelegd en haar rijbewijs geschorst, nadat zij op 20 mei 2017 was aangehouden met een alcoholgehalte van 120 µg/l en eerdere aanhoudingen in 2015 en 2016 met eveneens te hoge alcoholwaarden bekend waren. Het CBR handhaafde dit besluit na bezwaar en de rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
Appellante stelde in hoger beroep dat het CBR beleidsruimte had en dat haar persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen. Zij voerde aan dat de eerdere overtredingen gering waren en dat het niet opleggen van een Educatieve Maatregel Alcohol en Verkeer (EMA) haar vertrouwen had gewekt dat geen onderzoek nodig was. Ook stelde zij dat zij de kosten van het onderzoek niet kon betalen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het CBR geen beleidsruimte heeft bij het opleggen van het onderzoek na driemaal rijden onder invloed binnen vijf jaar. Het niet opleggen van een EMA in eerdere gevallen kwam niet voor rekening van het CBR, omdat het CBR toen niet op de hoogte was. Het rechtszekerheidsbeginsel werd niet geschonden en appellante blijft verantwoordelijk als bestuurder. De kosten van het onderzoek zijn voor haar rekening, waarbij zij geen gebruik maakte van het aanbod tot betaling in termijnen.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het CBR tot onderzoek en schorsing van het rijbewijs wordt bevestigd.