ECLI:NL:RVS:2018:1348
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar inzake verstrekte stukken uitkeringsaanvraag
De appellant verzocht het college om op grond van de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) een afschrift van het volledige dossier over zijn uitkeringsaanvraag. Het college stuurde stukken toe, waarna appellant bezwaar maakte omdat niet alle stukken zouden zijn verstrekt. Het college verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat het verzoek een aanvraag ex artikel 35 Wbp Pro betrof en dat het college daarom inhoudelijk op het bezwaar had moeten ingaan. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het verzoek van appellant duidelijk gericht was op het verkrijgen van een afschrift van het dossier en niet op de mededeling of persoonsgegevens worden verwerkt zoals bedoeld in artikel 35 Wbp Pro. De brief van het college kon daarom niet als besluit worden aangemerkt.
De Afdeling bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.