ECLI:NL:RVS:2018:1349
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking erkenning periodieke voertuigkeuring wegens technische tekortkomingen
De RDW heeft bij besluiten van 24 februari 2017 de erkenning van appellante voor het uitvoeren van periodieke keuringen van voertuigen tot 3500 kilogram voor twee opeenvolgende periodes van zes weken ingetrokken. Dit volgde op steekproefcontroles waarbij technische missers en een niet-overeenkomend voertuigidentificatienummer werden geconstateerd. De voorzieningenrechter verklaarde de beroepen van appellante tegen deze besluiten ongegrond en wees verzoeken om voorlopige voorzieningen af.
Appellante stelde onder meer dat zij onvoldoende was geïnformeerd over de resultaten van de steekproeven, dat zij niet in de gelegenheid was gesteld bezwaar te maken tegen de cusumbijdrage, en dat het proces niet eerlijk was omdat tegen de waarschuwing aan de keurmeester geen rechtsmiddelen mogelijk waren. De Raad van State oordeelde dat de steekproefrapporten tijdig bij appellante bekend waren, dat de berekening van de cusumbijdrage door de keurmeester zelf kon worden vastgesteld, en dat de intrekking van de erkenning niet direct voortvloeide uit de waarschuwing aan de keurmeester maar uit eerdere overtredingen.
Verder werd geoordeeld dat de voorzieningenrechter terecht onmiddellijk uitspraak deed in de hoofdzaak en dat het griffierecht correct was geheven. Het hoger beroep van appellante werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de voorzieningenrechter bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de intrekking van de erkenning van appellante voor het uitvoeren van periodieke voertuigkeuringen voor een periode van zes weken.