ECLI:NL:RVS:2018:1361
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H. Troostwijk
- W. Sorgdrager
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake bestuursdwang en kostenverhaal schip in Zijkanaal B te Velsen
De minister heeft op 10 juni 2015 schriftelijk bevestigd dat op 26 mei 2015 spoedeisende bestuursdwang is toegepast op het schip gelegen in het Zijkanaal B te Velsen om verontreiniging van oppervlaktewater door olie te voorkomen. De kosten van bestuursdwang werden aan appellant opgelegd. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, dat door de minister werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk en vernietigde het besluit op bezwaar.
Appellant stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant wel belang had bij het bezwaar vanwege de kostenveroordeling en vernietigde de uitspraak van de rechtbank. De Afdeling beoordeelde vervolgens de beroepsgronden inhoudelijk.
Appellant voerde aan dat hem onrechtmatig een bestuursrechtelijke last was opgelegd door hem te dwingen afstand te doen van zijn schip, hetgeen volgens hem niet mogelijk is op grond van de Awb. De Afdeling stelde vast dat de afstandsverklaring niet als bestuursrechtelijke last kan worden aangemerkt, maar een verklaring is dat appellant afstand deed omdat hij financieel niet in staat was het zinken te voorkomen.
Verder stelde appellant dat kosten zijn gemaakt die niet op hem verhaald mogen worden omdat de maatregelen niet noodzakelijk waren. De minister gaf aan de kosten niet te zullen verhalen, waardoor appellant geen belang had bij dit bezwaar. Het beroep tegen het besluit op bezwaar werd ongegrond verklaard.
Tot slot werd de minister veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten aan appellant, inclusief het griffierecht. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep tegen het besluit op bezwaar wordt ongegrond verklaard en de minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.