ECLI:NL:RVS:2018:1373
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhavingsverzoek ophoging perceel en dakafwijkingen te Eemnes
Bij besluit van 24 november 2015 wees het college het verzoek van appellante af om handhavend op te treden tegen de ophoging van het achtererf en afwijkingen aan de daken van het perceel aan de [locatie 1] te Eemnes. Appellante stelde dat de ophoging zonder vergunning was en dat de daken van woning en garage waren voorzien van riet in plaats van grijze houten daken zoals vergund.
Het college oordeelde dat geen sprake was van een overtreding ten aanzien van de ophoging en dat het in redelijkheid van handhaving mocht afzien ten aanzien van de dakafwijkingen. De rechtbank bevestigde dit oordeel en verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellante dat het college ten onrechte geen handhavend optrad tegen de ophoging, omdat volgens haar zonder vergunning slechts 20 cm ophoging is toegestaan. De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde echter dat uit het dossier geen wettelijk voorschrift blijkt dat het college bevoegd maakt tot handhaving tegen de ophoging uit 1973.
De overige door appellante aangevoerde punten waren niet gericht tegen de bestreden uitspraak of vielen buiten het geschil. De Afdeling verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.