ECLI:NL:RVS:2018:1376
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling uitslag raadgevend referendum Wiv 2017
De Kiesraad stelde bij besluit van 29 maart 2018 de uitslag vast van het raadgevend referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). Appellant stelde beroep in tegen dit besluit. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State behandelde de zaak op 11 april 2018.
Appellant voerde aan dat hij als wetenschapper gespecialiseerd in verkiezingen en referenda een voldoende persoonlijk en actueel belang had om als belanghebbende te worden aangemerkt. Hij stelde dat zijn maatschappelijke rol en expertise hem onderscheiden van andere kiezers en dat het grote maatschappelijke belang een ruimere interpretatie van het belanghebbendebegrip rechtvaardigt.
De Afdeling oordeelde dat appellant niet voldoet aan de criteria van artikel 1:2 Awb Pro, omdat hij zich niet voldoende onderscheidt van andere kiezers die hun democratisch recht uitoefenen. Zijn morele verplichting en wetenschappelijke expertise vormen geen voldoende objectief belang. De Afdeling wees tevens op het ontbreken van een wettelijke bepaling die iedere kiezer beroepsgerechtigd maakt in de Wrr, anders dan in de Kieswet.
Daarom verklaarde de Afdeling het beroep niet-ontvankelijk en ging niet in op de inhoudelijke beroepsgronden. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van appellant is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van het vereiste belanghebbende zijn.