ECLI:NL:RVS:2018:1382
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- C.H.M. van Altena
- A.W.M. Bijloos
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen vaststelling uitslag raadgevend referendum Wiv 2017
De Kiesraad heeft bij besluit van 29 maart 2018 de uitslag vastgesteld van het raadgevend referendum over de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2017 (Wiv 2017). Appellant heeft tegen dit besluit beroep ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling heeft onderzocht of appellant als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) kan worden aangemerkt.
Uit jurisprudentie en de wetsgeschiedenis volgt dat belanghebbende een persoon moet zijn met een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang dat hem onderscheidt van anderen en rechtstreeks wordt geraakt door het besluit. Appellant stelt zich op het standpunt dat hij belanghebbende is omdat hij als kiezer zijn mening heeft gegeven in het referendum en het beroep de enige mogelijkheid is om op te komen tegen de wijze van vaststelling van de uitslag.
De Afdeling oordeelt echter dat appellant zich niet onderscheidt van de ruim 6,7 miljoen andere kiezers die hun stem hebben uitgebracht. Zijn belang is niet voldoende rechtstreeks geraakt door het besluit van de Kiesraad. De Wrr kent niet de regeling dat iedere kiezer beroep kan instellen, anders dan de Kieswet. Daarom is appellant geen belanghebbende en is zijn beroep niet-ontvankelijk verklaard. De Afdeling komt daardoor niet toe aan inhoudelijke beoordeling van de beroepsgronden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan belanghebbendheid.