ECLI:NL:RVS:2018:140
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid bezwaar huurtoeslag wegens termijnoverschrijding
De zaak betreft het hoger beroep van appellante tegen de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland die haar bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de huurtoeslag 2013 niet ontvankelijk verklaarde vanwege overschrijding van de bezwaartermijn.
Appellante ontving in 2013 voorschotten huurtoeslag en kreeg bij besluit van 10 april 2015 de definitieve vaststelling van de huurtoeslag, waarbij ook een bedrag aan te veel ontvangen voorschotten werd teruggevorderd. Haar bezwaar tegen dit besluit werd niet-ontvankelijk verklaard omdat het na de wettelijke termijn van zes weken was ingediend.
Appellante voerde aan dat zij door medische omstandigheden en onjuiste voorlichting niet tijdig bezwaar kon maken, en dat haar verzoek om rekening te houden met een bijzondere situatie ten onrechte niet is behandeld. De Afdeling oordeelt dat de overschrijding van de termijn niet verschoonbaar is en dat het verzoek om rekening te houden met de bijzondere situatie terecht is afgewezen omdat het na onherroepelijkheid van het besluit is ingediend.
De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of immateriële schadevergoeding.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het bezwaar tegen de definitieve vaststelling van de huurtoeslag 2013 blijft niet-ontvankelijk wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.