ECLI:NL:RVS:2018:1402
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag in een vreemdelingenzaak. Tijdens de procedure gaf de vreemdeling schriftelijke en nadere schriftelijke uiteenzettingen op verzoek van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De staatssecretaris trok vervolgens het hoger beroep in. De vreemdeling verzocht daarop om vergoeding van de gemaakte proceskosten. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij kan worden veroordeeld tot vergoeding van kosten.
De Afdeling stelde vast dat de kosten voor de schriftelijke en nadere schriftelijke uiteenzettingen voor vergoeding in aanmerking komen, ook al voorziet het Besluit proceskosten bestuursrecht niet expliciet in vergoeding van de nadere schriftelijke uiteenzetting. Andere kosten, zoals het verzoek om proceskostenveroordeling en de repliek, komen niet voor vergoeding in aanmerking.
De Afdeling wees het verzoek toe en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van € 751,50 aan proceskosten, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 751,50 aan proceskosten aan de vreemdeling.