ECLI:NL:RVS:2018:1405
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H. Troostwijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing van afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens nieuw asielmotief
De vreemdeling verzocht om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, die door de staatssecretaris op 25 juli 2017 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing ongegrond. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De vreemdeling stelde dat hij in Irak werd bedreigd vanwege de dood van zijn vader door het regime van Saddam Hoessein en latere ontvoeringen en beschietingen. De staatssecretaris achtte het verhaal geloofwaardig maar vond geen vluchtelingenstatus of reëel risico op een schending van artikel 3 EVRM Pro bij terugkeer. De rechtbank onderschreef dit standpunt.
In hoger beroep bracht de vreemdeling een nieuw motief aan: een geheime relatie met een zwangere vriendin die vanwege religieuze verschillen niet mocht trouwen, en dat de beschieting verband hield met deze relatie. De rechtbank oordeelde dat dit een nieuw asielmotief was dat niet in beroep kon worden meegenomen, maar alleen in een nieuwe aanvraag.
De Raad van State oordeelde echter dat deze nadere verklaring voortbouwt op eerdere verklaringen in de bestuurlijke fase en dus geen nieuw motief betreft. Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en verwees de zaak terug voor herbeoordeling met inachtneming van dit motief. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor herbeoordeling met inachtneming van het volledige asielrelaas.