ECLI:NL:RVS:2018:1417
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling en toekenning opvang
De staatssecretaris heeft op 1 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen en een inreisverbod opgelegd. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 26 maart 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en heeft recht op opvang en verstrekkingen gedurende deze periode.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €501,00, volledig toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 25 april 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.