ECLI:NL:RVS:2018:1421
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep asielweigering
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft op 1 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen en ambtshalve geweigerd te bepalen dat uitzetting achterwege blijft. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank, die dit op 4 april 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 26 april 2018 overwogen dat het verzoek om voorlopige voorziening toewijsbaar is, mede gelet op eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350). De voorziening houdt in dat de vreemdeling niet wordt uitgezet zolang het hoger beroep loopt en dat hij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd in het openbaar gedaan door voorzieningenrechter mr. A.W.M. Bijloos op 26 april 2018.
Uitkomst: De vreemdeling wordt niet uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.