ECLI:NL:RVS:2018:1422
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielprocedure
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke bij besluit van 30 januari 2018 door de staatssecretaris werd afgewezen. Tegen dit besluit stelde de vreemdeling beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 30 maart 2018 ongegrond verklaarde. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen zolang het hoger beroep loopt.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State overwoog dat het verzoek om een voorlopige voorziening, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar was. De vreemdeling mocht niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep was beslist. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan op 26 april 2018 door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos, in aanwezigheid van griffier J.E. Engelhart. Hiermee werd de rechtspositie van de vreemdeling in afwachting van de inhoudelijke behandeling van het hoger beroep beschermd.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.