ECLI:NL:RVS:2018:1453
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging schorsing rijbewijs en opleggen rijvaardigheidsonderzoek na eenzijdig verkeersongeval
Op 27 november 2016 raakte appellante betrokken bij een eenzijdig verkeersongeval waarbij zij met haar auto in de berm en vervolgens in een sloot belandde. De politie deed op 29 november 2016 een mededeling aan het CBR over het vermoeden dat appellante niet langer over de vereiste rijvaardigheid beschikt. Naar aanleiding hiervan legde het CBR op 14 december 2016 een onderzoek naar de rijvaardigheid op en schorste het de geldigheid van haar rijbewijs.
De rechtbank oordeelde dat het CBR zich op het standpunt kon stellen dat het vermoeden gerechtvaardigd was op basis van de feiten en omstandigheden, waaronder het feit dat appellante de controle over haar voertuig verloor terwijl andere weggebruikers dat niet deden. Appellante voerde aan dat het ongeval veroorzaakt kon zijn door een combinatie van een besmeurd wegdek en lekke banden, en dat haar hoge leeftijd onvoldoende grond was voor het vermoeden.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State stelde vast dat het enkele feit dat appellante van de weg raakte voldoende is voor het vermoeden dat zij niet over de vereiste rijvaardigheid beschikt. De aangevoerde verklaringen ontkrachten dit vermoeden niet, mede omdat lekke banden pas na het ongeval werden geconstateerd en het wegdek niet verkeersgevaarlijk was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot schorsing van het rijbewijs en opleggen van een rijvaardigheidsonderzoek wordt bevestigd.