ECLI:NL:RVS:2018:1489
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ongegrond tegen weigering omgevingsvergunning voor woningbouw in Enschede
Het college van burgemeester en wethouders van Enschede weigerde aanvankelijk een omgevingsvergunning voor het bouwen van een woning op een perceel aan de Nieuwluststraat/Moutlaan te Enschede. Na bezwaar en herroeping van eerdere besluiten verleende het college alsnog de vergunning, maar deze besluiten werden door de rechtbank Overijssel vernietigd wegens strijd met het bestemmingsplan "Enschede Noord 2013".
De eigenaren van het naastgelegen perceel, appellanten, stelden dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom het geen nadere eisen stelde voor een verantwoorde stedenbouwkundige inpassing en verkeersveiligheid, zoals bedoeld in artikel 20.3 van de planregels. Zij voerden aan dat de situering van de woning de voorgevelrooilijn overschrijdt en verkeersonveilige situaties veroorzaakt.
De Raad van State oordeelde dat het college in redelijkheid heeft besloten geen nadere eisen te stellen. Het college motiveerde dat het bestemmingsplan meer vrijheid biedt en dat eerdere negatieve adviezen betrekking hadden op een ander planologisch regime. Ook werd geoordeeld dat de verkeersveiligheid niet in het geding is vanwege voldoende afstand tot de openbare weg en aanwezige parkeerplaatsen.
Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van 6 maart 2018 werden ongegrond verklaard. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep en het beroep tegen het besluit van het college zijn ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.