ECLI:NL:RVS:2018:1504
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris op 7 februari 2018 werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing gegrond en vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen. Dit betekent dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist. Tevens is bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen ontvangt conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op €501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan op 4 mei 2018 en is openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en krijgt gedurende die periode opvang en verstrekkingen; de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.