ECLI:NL:RVS:2018:1506
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
De staatssecretaris heeft op 26 september 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verkrijgen niet-ontvankelijk verklaard. De vreemdeling heeft hiertegen beroep ingesteld bij de rechtbank, die dit beroep op 2 november 2017 ongegrond verklaarde. Vervolgens stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De gemachtigde van de vreemdeling voerde aan dat het hoger beroep ontvankelijk moest worden verklaard vanwege een verschoonbare termijnoverschrijding. Zij stelde dat zij niet de juiste notificatie had ontvangen dat de uitspraak van de rechtbank was gedaan, waardoor de termijn om hoger beroep in te stellen pas op 11 december 2017 werd aangevangen.
De rechtbank heeft op verzoek van de Afdeling een technisch onderzoek uitgevoerd waaruit bleek dat de gemachtigde op 2 november 2017 wel degelijk notificaties had ontvangen over de uitspraak en andere documenten. De gemachtigde heeft niet gereageerd op dit onderzoek. De Afdeling concludeert dat de termijnoverschrijding niet verschoonbaar is en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan op 4 mei 2018 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-verschoonbare termijnoverschrijding.