ECLI:NL:RVS:2018:1518
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming vogelschade aan peren door Faunafonds
Het Faunafonds kende aan [wederpartij] een tegemoetkoming toe van €998 voor schade door mezen aan peren in 2015. Het Faunafonds verklaarde het bezwaar deels niet-ontvankelijk en deels ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds het bezwaar over het afbouwbeleid van tegemoetkomingen had moeten toetsen en verklaarde het bezwaar gegrond, waarbij zij het beleid onrechtmatig achtte.
Het college van gedeputeerde staten stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het afbouwbeleid voor 2016 en 2017 had betrokken, terwijl alleen de tegemoetkoming over 2015 relevant was. De Afdeling volgde het college in de stelling dat het Faunafonds de tegemoetkoming op 60% van de schade mocht vaststellen.
De Afdeling overwoog dat het college voldoende beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van het normale bedrijfsrisico en dat het Faunafonds niet onredelijk heeft gehandeld door de tegemoetkoming te beperken. De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen het Faunafondsbesluit ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Faunafonds wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming van 60% van de schade wordt bevestigd.