ECLI:NL:RVS:2018:1519
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen besluit Faunafonds over tegemoetkoming vogelschade aan peren
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland stelde hoger beroep in tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland die het bezwaar van [wederpartij] tegen het Faunafondsbesluit deels gegrond verklaarde. Het Faunafonds had een tegemoetkoming van € 2.665 toegekend voor schade veroorzaakt door mezen aan peren, maar het bezwaar werd deels niet-ontvankelijk verklaard vanwege het afbouwbeleid in de Beleidsregels.
De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds het bezwaar over het afbouwbeleid had moeten toetsen en stelde dat het afbouwbeleid onvoorzienbaar was voor fruittelers. Tevens concludeerde de rechtbank dat de maatregel van overnetting niet bedrijfseconomisch verantwoord is en dat het afbouwbeleid daarom onverbindend is. Het college betwistte deze oordelen en stelde dat de toetsing zich moest beperken tot de schade in 2015 en dat het beleid binnen de wettelijke kaders valt.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelt dat het college terecht het afbouwbeleid alleen voor 2015 had moeten toetsen en dat de rechtbank ten onrechte artikel 9 van Pro de Beleidsregels onverbindend heeft verklaard. De Afdeling volgt de rechtbank in het oordeel dat het Faunafonds onvoldoende heeft gemotiveerd dat de preventiemaatregelen effectief zijn. Wel acht de Afdeling het vergoeden van 60% van de schade passend en niet onevenredig. Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en het beroep tegen het Faunafondsbesluit ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen het Faunafondsbesluit wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming van 60% van de schade bevestigd.