ECLI:NL:RVS:2018:1520
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering volledige tegemoetkoming faunaschade door mezen aan peren
Het college van gedeputeerde staten van Zeeland ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland die het Faunafonds verplichtte om het bezwaar van een fruitteler tegen een besluit over tegemoetkoming in vogelschade deels gegrond te verklaren.
De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds het bezwaar over het afbouwbeleid van tegemoetkomingen had moeten toetsen en dat de afbouwregeling voor vogelschade aan zacht fruit niet redelijk was, mede omdat effectieve preventieve maatregelen ontbraken. De rechtbank stelde dat de schade niet tot het normale ondernemersrisico behoorde en verklaarde bepaalde beleidsregels onverbindend.
In hoger beroep stelde het college dat de rechtbank zich had moeten beperken tot de schade in 2015 en dat het beleid in overeenstemming was met de Flora- en faunawet. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde het college en oordeelde dat het Faunafonds de tegemoetkoming terecht op 60% van de schade had vastgesteld. De Afdeling vond dat het college voldoende beoordelingsruimte heeft en dat de rechtbank ten onrechte bepaalde beleidsregels onverbindend had verklaard.
De Afdeling vernietigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het beroep tegen het besluit van het Faunafonds wordt ongegrond verklaard.