ECLI:NL:RVS:2018:1521
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming vogelschade aan peren door Faunafonds
Het Faunafonds kende een tegemoetkoming toe van €1.634 voor schade aan peren veroorzaakt door mezen. Het Faunafonds verklaarde het bezwaar van de wederpartij tegen het afbouwbeleid van de tegemoetkomingen deels niet-ontvankelijk en ongegrond. De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds het bezwaar had moeten toetsen en dat het afbouwbeleid onredelijk was omdat effectieve preventiemiddelen ontbraken en de schade niet tot het normale ondernemersrisico behoorde.
Het college van gedeputeerde staten stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State overwoog dat het oordeel van de rechtbank over de jaren na 2015 onjuist was, en dat de toetsing zich moest beperken tot het jaar 2015. De Afdeling bevestigde dat het Faunafonds de tegemoetkoming terecht had vastgesteld op 60% van de schade in 2015.
Verder oordeelde de Afdeling dat het Faunafonds onvoldoende had gemotiveerd dat preventieve maatregelen effectief en economisch verantwoord waren, maar dat dit niet tot een onredelijke toepassing van het beleid leidde. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit van het Faunafonds wordt ongegrond verklaard en het vonnis van de rechtbank vernietigd.