ECLI:NL:RVS:2018:1538
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- J.E.M. Polak
- F.C.M.A. Michiels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing tegemoetkoming vogelschade peren door Faunafonds
Het college van gedeputeerde staten van Noord-Brabant ging in hoger beroep tegen een uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant die het Faunafonds verplichtte het bezwaar van een fruitteler tegen een schadevergoeding te heroverwegen. De fruitteler had schade geleden aan peren door mezen en vlaamse gaaien en ontving een tegemoetkoming van €1.337,00, gebaseerd op een taxatie van €2.319,00.
De rechtbank oordeelde dat het Faunafonds ten onrechte de beleidsregels omtrent afbouw van tegemoetkomingen toepaste zonder voldoende onderbouwing en dat de fruitteler onvoldoende was geïnformeerd over de beleidswijzigingen. Ook concludeerde de rechtbank dat effectieve en bedrijfseconomisch verantwoorde preventieve maatregelen voor vogelschade niet voldoende waren aangetoond.
Het college stelde in hoger beroep dat de fruitteler niet aan haar preventieplicht had voldaan en dat overnetting een effectieve methode is. De Afdeling bestuursrechtspraak volgde echter de rechtbank in het oordeel dat de motivering van het Faunafonds onvoldoende was en dat de fruitteler niet kon worden verplicht tot bedrijfseconomisch onrendabele maatregelen.
Uiteindelijk oordeelde de Afdeling dat het Faunafonds de tegemoetkoming terecht had vastgesteld op 60% van de schade veroorzaakt door mezen, en vernietigde het de uitspraak van de rechtbank. Het beroep van de fruitteler werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de fruitteler wordt ongegrond verklaard en de tegemoetkoming vastgesteld op 60% van de schade.