ECLI:NL:RVS:2018:1554
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bekostiging leerlingenvervoer wegens niet-melden wijziging vervoerswijze
Appellant heeft voor haar zoon een vergoeding voor leerlingenvervoer op basis van onder begeleiding reizen met het openbaar vervoer aangevraagd en gekregen voor het schooljaar 2016-2017. Het college heeft deze bekostiging ingetrokken en €524,80 teruggevorderd omdat appellant niet heeft aangetoond dat de vergoeding daadwerkelijk voor openbaar vervoer is gebruikt en zij haar zoon ook regelmatig met de auto naar school bracht zonder dit te melden.
De rechtbank oordeelde dat appellant onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat haar zoon structureel met het openbaar vervoer reisde en dat zij verplicht was de wijziging schriftelijk te melden. Het beroep op willekeur en de hardheidsclausule faalden omdat appellant dit niet met bewijs kon onderbouwen.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het hoger beroep af. Het college heeft terecht gehandeld op grond van de Verordening leerlingenvervoer gemeente Eindhoven 2014, met name artikel 6 en Pro 23. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van de bekostiging leerlingenvervoer door het college wordt bevestigd.