ECLI:NL:RVS:2018:1570
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering terugwerkende kracht vervallenverklaring tenaamstelling voertuig
De appellant verzocht de RDW om de tenaamstelling van zijn voertuig met terugwerkende kracht vanaf 9 juni 2014 te laten vervallen, omdat het voertuig toen was omgebouwd tot een bromfiets en niet meer aan de openbare weg kon deelnemen. De RDW weigerde dit met terugwerkende kracht te doen en verklaarde de tenaamstelling vervallen per 8 februari 2016. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep betoogde appellant dat de RDW ten onrechte de terugwerkende kracht had geweigerd, verwijzend naar bijzondere omstandigheden en een verklaring van een recyclingbedrijf waaruit zou blijken dat het voertuig al in mei 2015 was aangeboden voor sloop. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat artikel 40c van het Kentekenreglement terugwerkende kracht alleen in uitzonderlijke gevallen toelaat, zoals identiteitsfraude, en dat de RDW in redelijkheid heeft gehandeld.
De Afdeling benadrukte het belang van rechtszekerheid en de juistheid van het kentekenregister, zodat derden kunnen vertrouwen op de tenaamstelling. Het feit dat appellant vanaf 9 juni 2014 niet meer met het voertuig mocht rijden, betekent niet dat de tenaamstelling onterecht was. Ook de verklaring van het recyclingbedrijf bood onvoldoende aanknopingspunten voor een eerdere vervallenverklaring.
Het beroep is ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Een proceskostenveroordeling is niet toegewezen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat de RDW terecht de tenaamstelling niet met terugwerkende kracht heeft laten vervallen.