ECLI:NL:RVS:2018:1575
Raad van State
- Hoger beroep
- R. van der Spoel
- A.B.M. Hent
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Herroeping boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na matiging
Bij besluit van 27 juni 2016 legde de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid [bedrijf A] een boete van €16.000 op wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Deze boete betrof het feit dat twee vreemdelingen van Chinese nationaliteit werkzaamheden verrichtten zonder tewerkstellingsvergunning.
[bedrijf A] stelde dat de vreemdelingen kinderen van haar vennoten waren en dat de werkzaamheden in het kader van gezinsleven werden verricht, waardoor zij geen werkgever was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde anders. Uit het boeterapport en verklaringen bleek dat de vreemdelingen feitelijk arbeid verrichtten, waarbij [vreemdeling 1] structureel werkte en betaald werd, en [vreemdeling 2] incidenteel hielp.
De Afdeling bevestigde dat [bedrijf A] als feitelijk werkgever moest worden aangemerkt en dat de boete terecht was opgelegd. Wel matigde de Afdeling de boete met 50% voor de werkzaamheden van de jongste zoon vanwege de geringe omvang en incidentele aard. De boete werd vastgesteld op €12.000. Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het griffierecht. Het hoger beroep werd gegrond verklaard en de eerdere uitspraak vernietigd.
Uitkomst: De boete van €16.000 werd herroepen en gematigd tot €12.000, met vergoeding van proceskosten en griffierecht aan [bedrijf A].