ECLI:NL:RVS:2018:1580
Raad van State
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen spoedeisende bestuursdwang voor onjuist aanbieden huishoudelijk afval
Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam heeft op 18 december 2016 spoedeisende bestuursdwang toegepast door een huisvuilzak te verwijderen die naast een inzamelvoorziening was aangetroffen. De huisvuilzak bevatte een label met naam- en adresgegevens van appellante, waardoor het college haar als overtreder aanmerkte en de kosten van €125,- aan haar oplegde.
Appellante betwist dat de huisvuilzak van haar afkomstig is en voert aan dat zij in de betreffende periode niet thuis was, wat zij onderbouwt met foto’s van bezorgpogingen van DHL. Tevens stelt zij dat zij haar afval niet bij die inzamelvoorziening aanbiedt en dat haar afvalzakken geen leesbare labels bevatten. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat de aanwezigheid van een label tot appellante herleidbaar is, maar dat het college moet aannemen dat zij de overtreder is tenzij zij aannemelijk maakt dat zij niet de overtreding heeft begaan.
De Afdeling oordeelt dat appellante onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij niet de overtreder is. De datum van aantreffen van de zak is niet per se de datum van aanbieden, en de wijkbeheerder controleert niet dagelijks. Ook de andere aangevoerde omstandigheden zijn onvoldoende om het standpunt van appellante te ondersteunen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en de kosten blijven voor haar rekening.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op 9 mei 2018.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit tot spoedeisende bestuursdwang wordt ongegrond verklaard en de kosten blijven voor haar rekening.