ECLI:NL:RVS:2018:1599
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- R. van der Spoel
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvoldoende motivering risico schending artikel 3 EVRM
De vreemdeling, een Koerd uit Turkije, verzocht om een verblijfsvergunning asiel. Zijn vader was in het verleden gemarteld en overleden na detentie door Turkse autoriteiten. De vreemdeling werd in 2016 aangevallen en beschoten, en was politiek actief voor de HDP-partij. Na een arrestatie in december 2016 werd hij bedreigd en mishandeld door politieagenten, die ook zijn familie onder druk zetten.
De staatssecretaris achtte het asielrelaas geloofwaardig, maar wees de aanvraag af omdat niet aannemelijk was dat de vreemdeling een gegronde vrees voor vervolging had of een reëel risico liep op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De rechtbank bevestigde deze afwijzing.
De vreemdeling stelde in hoger beroep dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld dat het geweld een individuele actie was en dat de bedreigingen en huisbezoeken een reëel risico op vervolging en onmenselijke behandeling vormden. De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende had gemotiveerd waarom de bedreigingen en mishandeling niet leidden tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het ontbreken van een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM.