ECLI:NL:RVS:2018:1641
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling in hoger beroep asielzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 26 maart 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd af. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling op 23 april 2018 gegrond, vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen daarvan in stand. De vreemdeling stelde vervolgens hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om niet uitgezet te worden in afwachting van het hoger beroep, gelet op eerdere jurisprudentie, toewijsbaar is. Tevens werd bepaald dat de vreemdeling gedurende deze periode opvang en verstrekkingen op grond van de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers moet ontvangen.
De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak werd op 17 mei 2018 in het openbaar gedaan.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris moet proceskosten vergoeden.