ECLI:NL:RVS:2018:1647
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke op 12 juni 2017 door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze afwijzing op 19 april 2018 ongegrond. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft overwogen dat het verzoek om een voorlopige voorziening, waarbij wordt bepaald dat de vreemdeling niet wordt uitgezet voordat op het hoger beroep is beslist en dat hij gedurende die periode opvang en verstrekkingen ontvangt, toewijsbaar is. Dit oordeel is mede gebaseerd op eerdere jurisprudentie van de Afdeling van 20 december 2016.
De staatssecretaris is tevens veroordeeld tot het vergoeden van de proceskosten van de vreemdeling, vastgesteld op € 501,00, welke geheel toe te rekenen zijn aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 18 mei 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.