ECLI:NL:RVS:2018:1674
Raad van State
- Hoger beroep
- G.M.H. Hoogvliet
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving haag in strijd met bestemmingsplan en APV
In deze zaak heeft appellante het college van burgemeester en wethouders van Heemskerk verzocht handhavend op te treden tegen een haag die de voortuin van belanghebbende afschermt. Het college zag hiervan af, terwijl appellante stelde dat de haag in strijd is met artikel 2:10a van de APV en het bestemmingsplan 'Heemskerkerduin en Noorddorp 2009'.
De Afdeling bestuursrechtspraak stelde in een tussenuitspraak vast dat het college ten onrechte niet alle kosten van appellante vergoedde en dat de haag een overtreding vormt van de APV en het bestemmingsplan. Het college moest het besluit van 4 februari 2016 heroverwegen en motiveren, waarbij de feitelijke situatie en de bestemmingsgrenzen duidelijk moesten worden onderzocht.
Het college stelde in een aanvullende brief dat de haag volledig op gronden met de bestemming 'Tuinderswoningen' stond en handhaving disproportioneel was. De Afdeling oordeelde echter dat het college dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de haag deels op gronden met de bestemming 'Verkeer' staat. Gezien de verkeersonveilige situatie en de geringe kosten voor verwijdering, was handhaving niet disproportioneel.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank en veroordeelde het college tot vergoeding van proceskosten. Het college moet een nieuw besluit nemen waarin het ook beoordeelt of legalisering mogelijk is en zo nodig alsnog handhavend optreedt.
Uitkomst: Het besluit van het college wordt vernietigd en het college wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten; het college moet een nieuw besluit nemen en zo nodig handhavend optreden.