ECLI:NL:RVS:2018:1678
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing naturalisatieverzoeken wegens onvoldoende onderbouwing afstandsverplichting
Appellanten, beiden Iraakse staatsburgers, verzochten om het Nederlanderschap, maar hun verzoeken werden door de staatssecretaris afgewezen omdat zij niet bereid waren afstand te doen van hun Iraakse nationaliteit en onvoldoende onderbouwden dat zij daartoe redelijkerwijs niet konden worden verplicht.
Zij stelden dat zij door afstand te doen van hun Iraakse nationaliteit vermogensrechtelijke aanspraken in Irak zouden verliezen, waaronder familiebezit en erfenisrechten, wat een substantieel financieel nadeel zou opleveren. De rechtbank oordeelde echter dat de overgelegde stukken onvoldoende bewijs leverden dat deze rechten daadwerkelijk verloren zouden gaan of wat de waarde daarvan was.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en wijst het beroep af. Ook het beroep op bewijsnood faalt omdat appellanten niet met stukken hebben aangetoond dat zij niet aan bewijs konden komen. De aangevallen uitspraken worden bevestigd en er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de afwijzing van de naturalisatieverzoeken wegens onvoldoende bewijs dat afstand van de Iraakse nationaliteit tot substantieel financieel nadeel leidt.