ECLI:NL:RVS:2018:1717
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep
De staatssecretaris heeft op 12 december 2017 de aanvraag van de vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen afgewezen. De vreemdeling stelde beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 23 april 2018 ongegrond verklaarde. Hiertegen stelde de vreemdeling hoger beroep in bij de Raad van State en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft het verzoek om een voorlopige voorziening beoordeeld. Gelet op de omstandigheden en eerdere jurisprudentie (ECLI:NL:RVS:2016:3350) werd het verzoek gegrond verklaard. De vreemdeling mag niet worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en heeft recht op opvang en verstrekkingen conform de Wet Centraal Orgaan opvang asielzoekers.
Daarnaast is de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdeling, een bedrag van € 501,00, toe te rekenen aan rechtsbijstand verleend door een derde partij. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N. Verheij op 22 mei 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.