ECLI:NL:RVS:2018:1765
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgevingsvergunning voor verbouwing bedrijfsruimte tot woning ondanks bezwaar omwonende
Het college van burgemeester en wethouders van Haarlem verleende op 10 maart 2016 een omgevingsvergunning voor het verbouwen van een bedrijfsruimte tot een zelfstandige woning op een perceel met de bestemming 'Bedrijf'. De aanvraag was in strijd met het bestemmingsplan, maar het college verleende de vergunning op grond van de Wabo. Een omwonende, appellant, maakte bezwaar tegen het besluit vanwege mogelijke overlast door licht en geluid en stelde dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan en hem niet tijdig had geïnformeerd.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en ook in hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat het college zorgvuldig heeft gehandeld. Het college heeft de aanvraag getoetst aan beleidscriteria en de ruimtelijke en maatschappelijke aanvaardbaarheid van het bouwplan voldoende onderbouwd. De communicatie met omwonenden was adequaat, mede doordat de vergunninghouder zelf contact heeft gezocht.
De Afdeling stelt vast dat de toename van overlast niet zodanig is dat de vergunning geweigerd moet worden. De kleinschaligheid van het plan, de ligging in een verstedelijkte woonwijk en de maatschappelijke behoefte aan woningen wegen mee. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de vergunning voor verbouwing wordt bevestigd.