ECLI:NL:RVS:2018:1773
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- H.G. Lubberdink
- B.P. Vermeulen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen gedeeltelijke weigering van informatieverzoek op grond van de Wob door RDW
De RDW heeft op grond van de Wet openbaarheid van bestuur (Wob) een verzoek om informatie over het eID-systeem deels geweigerd. De rechtbank Gelderland verklaarde een deel van het beroep gegrond en vernietigde enkele besluiten van de RDW, waarbij zij oordeelde dat bepaalde documenten onterecht niet openbaar waren gemaakt.
De RDW ging in hoger beroep tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak heeft het hoger beroep gegrond verklaard en vernietigt het deel van de uitspraak van de rechtbank dat betrekking heeft op het weigeren van openbaarmaking van het "Verslag diners pensant Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties & ECP-EPN" en diverse memo’s en nota’s (aangeduid als documenten 2.3, 2.5, 2.7, 2.8, 7.2-7.4, 10.4-10.9, 10.11, 10.12, 10.14, 10.15, 14.3, 14.7, 14.9-14.11, 14.15, 16.4 en 16.5).
De Afdeling oordeelt dat deze documenten persoonlijke beleidsopvattingen bevatten en dat het weigeren van openbaarmaking op grond van artikel 11, eerste lid, van de Wob terecht is. De rest van de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd. Het hoger beroep leidt dus tot een gedeeltelijke vernietiging van de eerdere uitspraak.
Er zijn geen proceskosten toegewezen. De uitspraak is gedaan door de voorzitter en twee leden van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, in aanwezigheid van de griffier, op 30 mei 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep van de RDW wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt deels vernietigd en deels bevestigd.