ECLI:NL:RVS:2018:1808
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing inzage en verwijdering politiegegevens in strafrechtelijk en disciplinair dossier
Appellante, werkzaam als brigadier bij de Landelijke Eenheid van de Politie, werd in 2013 als verdachte aangemerkt in een strafrechtelijk onderzoek. Zij verzocht inzage in het strafrechtelijk onderzoeksdossier en verwijdering van het disciplinaire onderzoek op grond van de Wet politiegegevens (Wpg). De korpschef wees deze verzoeken af, waarna de rechtbank het beroep van appellante ongegrond verklaarde.
De Raad van State stelde vast dat de rechtbank het strafrechtelijk onderzoeksdossier niet volledig had opgevraagd en daardoor het recht op gelijke proceskansen had geschonden. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en de Raad beoordeelde het beroep zelf. De korpschef had inzage verleend in het procesdossier, maar niet in het ruwe onderzoeksmateriaal, wat volgens de Raad niet verplicht was. De dossiers van strafrechtelijke onderzoeken van de broer van appellante maken geen deel uit van het dossier en behoeven geen inzage.
Ten aanzien van het verzoek tot verwijdering van het disciplinaire onderzoek oordeelde de Raad dat dit dossier niet onder de Wpg valt maar onder de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) wordt verwerkt. Appellante had onvoldoende onderbouwd waarom het verzoek tot verwijdering gegrond zou zijn. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. De korpschef werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en appellante kreeg haar griffierecht terugbetaald.
Uitkomst: Het beroep van appellante tegen het besluit van de korpschef is ongegrond verklaard.