ECLI:NL:RVS:2018:1813
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van vreemdelingenbewaring en afwijzing schadevergoeding wegens zicht op uitzetting naar Libië
De vreemdeling werd bij besluit van 28 november 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze maatregel ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en verzocht tevens om schadevergoeding.
De kern van het geschil betrof de vraag of er binnen een redelijke termijn zicht was op uitzetting naar Libië. De vreemdeling stelde dat de maatregel onrechtmatig was omdat er geen bewijs was van afgegeven laissez-passers of daadwerkelijke uitzettingen naar Libië in 2017. De staatssecretaris leverde aanvullende informatie over de procedure rond laissez-passers en de uitzettingen, waarbij werd toegelicht dat de Dienst Terugkeer en Vertrek het vertrek van vreemdelingen naar Libië begeleidt en regisseert.
De Afdeling oordeelde dat de verstrekte informatie, ondanks de late indiening, relevant was en dat er daadwerkelijk zicht was op uitzetting binnen een redelijke termijn. De vreemdeling moest medewerking verlenen aan het verkrijgen van documenten en een verklaring van vrijwillige terugkeer. De Afdeling verwierp het beroep en bevestigde de uitspraak van de rechtbank, waarbij ook het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt bevestigd en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.