ECLI:NL:RVS:2018:1893
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting vreemdeling tijdens hoger beroep verblijfsvergunning
De vreemdeling had bij besluit van 12 september 2017 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend, welke door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling op 3 mei 2018 ongegrond. De vreemdeling stelde hiertegen hoger beroep in en verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat het verzoek om voorlopige voorziening, waarbij werd gevraagd om uitzetting te voorkomen totdat op het hoger beroep is beslist en opvang en verstrekkingen te blijven bieden, gegrond was. Hierbij werd onder meer verwezen naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van 20 december 2016 (ECLI:NL:RVS:2016:3350).
De voorzieningenrechter bepaalde dat de vreemdeling niet mag worden uitgezet zolang het hoger beroep loopt en veroordeelde de staatssecretaris tot vergoeding van de proceskosten van € 501,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
De uitspraak werd gedaan door voorzieningenrechter A.W.M. Bijloos op 31 mei 2018.
Uitkomst: De vreemdeling mag niet worden uitgezet totdat op het hoger beroep is beslist en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.