ECLI:NL:RVS:2018:1899
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- J.Th. Drop
- D.A. Verburg
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en opheffing vreemdelingenbewaring wegens ondeugdelijke motivering
De vreemdeling werd op 23 maart 2018 in vreemdelingenbewaring gesteld door de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen deze bewaring ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Raad van State.
De staatssecretaris had de bewaring gebaseerd op meerdere zware en lichte gronden, maar tijdens de procedure werden enkele zware gronden laten vallen. Uiteindelijk resteerden twee lichte gronden, waaronder het ontbreken van voldoende middelen van bestaan. De vreemdeling voerde aan dat de staatssecretaris onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn financiële situatie en dat de motivering daarvoor ondeugdelijk was.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris niet had vastgesteld of de vreemdeling nog over de € 550 beschikte die hij bij aanvang van de bewaring had, terwijl de vreemdeling sindsdien in bewaring zat en uitgaven met medeweten van de Dienst Justitiële Inrichtingen plaatsvonden. Hierdoor was de motivering voor de bewaringgrond onvoldoende. De Raad van State vernietigde daarom de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond, en bepaalde dat de vrijheidsontnemende maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd een schadevergoeding toegekend en proceskosten aan de vreemdeling toegewezen.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring wordt opgeheven wegens ondeugdelijke motivering en de vreemdeling ontvangt een schadevergoeding.